Uitgevoerde activiteiten

2014

  • Mee financiering restauratie en herstel kerkklokken door Petit&Fritsen BV.
  • Financiering sokkels voor het Museum Schatkamer Walburgis.
  • Financiering restauratie engelen (uit atelier van J. Mengelberg) afkomstig uit de voormalige Sint Jan de Doper kerk.

 

2015

  • Opstellen beleidsplan 2015 2016 (zie elders op de website).
  • Financiering nieuw slot en betere beveiliging hekwerk Museum Schatkamer Walburgis’.
  • Financiering verhuiskosten beelden afkomstig van de voormalige H.Hart kerk naar Museum.
  • Voorbereiding bijeenkomst “”Vrienden van de Walburg”” en gestart met aanvragen ANBI status Stichting.
  • Voorbereiding realiseren crowdfundingplatform voor fondswerving.
  • Overleg Walburgisraad en Museum Schatkamer Walburgis over de toekomst van de Walburgiskerk.

2016

17 februari Bijeenkomst Vrienden van de Walburg in De Walburgiskerk.

De emeritus predikant Gerard van de Brug en zijn vrouw Lies van de Brug gaven een lezing over het leven en de tijd van Sint Walburga.

Hieronder de lezing van Gerard van de Brug:

Volgend jaar is het 500 jaar geleden dat de jonge monnik Maarten Luther zijn visie in de vorm van 95 stellingen aansloeg aan de deur van de slotkapel van Wittenberg.
Dat sloeg – zoals bekend – niet echt aan bij de kerk van Rome, zoals die toen bestond, leefde en dacht.

Maar het is van grote betekenis om te blijven inzien dat niet Luther uit was op een breuk met de gevestigde kerk. Hij wilde hervorming, niet DE Hervorming.
Dat het toch tot een breuk gekomen is was onvermijdelijk gezien de vasthoudendheid van de kerk en van Luther.

Wat ik met u vanmiddag wil bespreken is mijn wellicht wat eigenwijze kijk op de kerkgeschiedenis van vóór de Reformatie en mijn al even eigengereide kijk op de betekenis van die Reformatie in het geheel van de Reformatie.
Ik ben predikant, emeritus-predikant van de Protestantse Kerk in Nederland.
In mijn werk heb ik vaak ervaren dat veel gemeenteleden in alle oprechtheid menen dat de geschiedenis van het Protestantisme begint met Luther en dat alles wat daar vóór zich afspeelde de geschiedenis is van de Rooms Katholieke Kerk is. Ik zie dat anders.
De eerste vijftien eeuwen van de kerkgeschiedenis vormen ook de geschiedenis van mijn kerk en zijn niet het exclusieve eigendom van de Kerk van Franciscus en bisschop Eijk.

Ook ik sta in de voedingsbodem van de eerste vijftien eeuwen.
En Willibrord is net zo goed mijn heilige als de heilige van de Rooms Katholieke gasten van vanmiddag. Bonifacius is dat ook, Lebuienus en Liudger zijn dat ook en Walburgis is dat ook.

Het is mij meer dan eens overkomen dat ik moest ervaren dat Walburgis meer mijn heilige is dan de heilige van mijn Rooms Katholieke zusters en broeders, omdat ik echt meer van haar bleek te weten dan die Rooms katholieke zusters en broeders.

Die eerste vijftien eeuwen van de kerkgeschiedenis zijn ook mijn geschiedenis, ik heb evenveel recht op die vijftien eeuwen als mijn eeuwen als mijn Rooms Katholieke zusters en broeders.

Daarom kan ik er slecht tegen wanneer protestantse mensen een doopkaars Rooms vinden en daarom voor protestanten ongewenst.
Datzelfde geldt voor een Paaskaars, voor een lichte gebedsmantel in plaats van de zwarte toga, die eigenlijk alleen maar uitdroeg dat ik aan een universiteit geleerd heb en godgeleerd ben.
Ik had in die zwarte toga ook advocaat of rechter kunnen zijn.

Dat wij die zaken bij de Reformatie even op zolder hebben gelegd begrijp ik heel goed.
Wanneer je uit elkaar gaat is het goed om op eigen benen te leren staan en een eigen weg te vinden.
Maar er is ook alles voor te zeggen om gaandeweg weer het één en ander van zolder te halen en opnieuw te gaan gebruiken.
Bovendien: waarom hebben in vredesnaam protestanten geen moeite met de puur heidense kerstboom in de kerk en wel met paaskaars, doopkaars en witte gebedsmantel?
Hoe dan ook: ik beschouw de eerste vijftien eeuwen van de kerkgeschiedenis als gezamenlijk bezit.
Ik kan ook terugverlangen naar die tijd toen de kerk nog één was en net als nu worstelde met de eenheid die vanwege Christus als een oproep, opdracht en uitdaging aan de kerk is opgelegd.
Met elkaar en van elkaar leren dat het grootste goed in de kerk niet is dat je het altijd eens bent, maar wel dat je altijd één bent.

Misschien worstelde de kerk in die vijftien eeuwen wel net zo hevig met die eenheid en die verscheidenheid als nu.

In het boek “Ketters” van Theun de Vries wordt een schier eindeloze lijst van bewegingen opgesomd uit de eerste veertien/vijftien eeuwen van de kerkgeschiedenis.
Zo één was de kerk toen kennelijk ook niet.
En zó bijzonder was Luther in dat opzicht ook niet.

Uit elkaar gaan is een kenmerk dat eigenlijk vreemd zou moeten zijn aan de kerk.
Wat betreft de Reformatie: kun je – naar de tijd waarin de Reformatie plaats vond kijkend –niet ook zeggen dat Luther meer een voortzetting was van de kerk van alle eeuwen dan de Rooms katholieke Kerk van toen?

Op zijn bezoek aan Rome in 1510 bevond Luther zich geregeld in gezelschap van in Rome verblijvende collega-priesters en geestelijken die net als hij zo vaak als dat kon de mis opdroegen.
Luther deed er veel langer over dan die collega’s die de mis afraffelden en Luther berispten met woorden als: zou jij ons Heer Jezus niet wat sneller naar zijn moeder terug kunnen sturen?
En dan de praktijk van de aflaat: ook daar kun je beginnen met een betoog dat Luther de voortgang was van de kerk en dat de kerk van Rome zich begon los te maken van de bronnen en van het begin?

Hoe dan ook: ik beschouw de eerste vijftien eeuwen van de kerkgeschiedenis als gezamenlijk bezit.
Vandaar de titel van onze bijdrage aan deze middag: Sint Walburga, Heilige uit en van de ongedeelde kerk.

Ik kom tot een belangrijk kenmerk van die periode.
De kerkgeschiedenis laat zien dat de kerk eeuwenlang bezig is geweest zichzelf uit te vinden.
Wat wij nu vanzelfsprekend vinden, is pas laat in de geschiedenis van de kerk tot stand gebracht.

Ik noem twee voorbeelden: het verplichte celibaat en de heiligverklaring.

Pas in 1139 door het Tweede Lateraans Concilie werd besloten tot een algemeen geldende celibaatsverplichting voor heel de geestelijkheid.
Daarvoor zijn er al wel sterke voorkeuren uitgesproken voor het celibaat voor de hogere geestelijkheid, maar tot een algemeen gebod kwam het pas in 1139.

De Heiligverklaring zoals wij die nu kennen en die centraal vanuit Rome wordt geregeld is pas van 1588 toen paus Sixtus V de Heilige Congregatie voor de Riten instelde, die vanaf dat moment alle heiligverklaringen en zaligverklaringen zou behandelen.
Dat is dus na de Reformatie!
Daarvoor werd de heiligverklaring plaatselijk geregeld door een plaatselijke missionaris, bisschop of in sommige gevallen door een koning of ander staatshoofd.
Achteraf werd dan de instemming van de paus en de kerkleiding in Rome gezocht.
Maar er zijn heiligen waarvoor die instemming achteraf nooit officieel gemaakt is.

De kerk was bezig zichzelf uit te vinden. Afstanden en de lange duur van communicatie maakten één uniform beleid voor de wereldkerk lastig zo niet onmogelijk, ook al bestond de wereld toen nog niet in die omvang en werd er minder tegen reizen opgezien dan in onze dagen.

Dat is dus een tijd waarin er van alles kan gebeuren en niets vanaf het begin zeker is.
Maar wel een boeiende en spannende tijd, waarin veel denkwerk en inzet is gepleegd waar wij tot op de huidige dag de vruchten van plukken.

Tenslotte.
Eén van de boeiendste aspecten van die vóór-reformatorische tijd is het feit dat het land van onze voorouders van twee kanten gekerstend is.
Door Sint Servaas reikt de invloedssfeer van de kerk van Rome in de vierde eeuw vanuit het zuiden tot in de zuidelijke streken.

Pas veel later in de zevende en achtste eeuw komt er een nieuwe missiegolf opgang – dit keer uit het westen.
Willibrord, Bonifacius, Lebuinus, Ludger zijn allemaal missionarissen van de overkant van de Noordzee.

Zij representeren een type kerk dat veel lijkt op de sfeer van de kloosters, terwijl Servaas afkomstig is uit een type kerk dat gemodelleerd is naar het voorbeeld van het Romeinse hiërarchisch ingericht staatsbestel, met senaat, consul, keizer.

Voor Servaas was Petrus het prototype van de kerk, voor de westerlingen was dat Johannes.

In de rij van missionarissen uit het Westen past Sint Walburga, heilige uit en van de ongedeelde kerk.